Toen ik klein was, wilde ik dierenarts of acteur of schrijver worden.
Toen ik groot werd, studeerde ik kunstgeschiedenis omdat ik alles
over kunst wilde weten.
Ik wist helemaal niet dat je nooit alles over
kunst kan weten.
Toch ben ik altijd blijven schrijven. Brieven, mails, dagboeken
en boodschappenlijstjes.
Als ik een leeg vel papier zie, wil ik er
meteen letters op verzinnen.
Schrijven is een eenzame klus. Het moet stil en leeg zijn in huis.
Als je schrijft, moet je immers diep nadenken. Vaak loop ik de tuin in
en denk over wat ik geschreven heb.
Bestaan er nog mooiere woorden om hetzelfde te zeggen en zal iemand
het ooit lezen?
Er zitten altijd boekjes in mijn tas. Woorden kom je overal tegen en het zou zonde zijn om ze te vergeten.
Ik droomde al lang over een echt boek met mijn letters erin. Een boek met
een mooie kaft en bladzijden die kraken tijdens het lezen. Een boek dat
geurt naar de drukpers en een eigen plek heeft in de boekenkast.
Er zijn wel duizend dingen om een boek over te schrijven. Zal het
over vuurtorens gaan of over griezelige monsters?
Omdat ik van dieren en kunst en kleuren hou, vroeg ik aan Marcel of we
samen een boek zouden maken.
Marcel vond dat een goed plan.
Ik heb lang gekeken en geluisterd naar zijn schilderijen en de dieren
fluisterden tenslotte zelf hun verhaal in mijn oor.
We leerden al snel dat een boek maken veel meer is dan mooie plaatjes
en verhalen. Je moet met een drukker en andere mensen praten. Iedereen
stelt je moeilijke vragen.
Soms kregen we er hoofdpijn van en soms moesten
we hard lachen. Soms wisten we het allemaal niet meer.
Een boek maken
doe je dan ook best met een goede vriend, want het vraagt veel tijd
en geduld.